HERINNERINGEN AAN NICKERIE 5 - Mehrilal, koning van de kokospalm

door Jozef Siwpersad


Dr. Jozef Siwpersad

1944 - 2007

Mehrilal: koning van de kokospalm

Leeftijd tussen de dertig en veertig jaar, Hindoestaan, stokmager, klein postuur, spillebenen, blootsvoets, altijd verkerend in een min of meer hevige staat van dronkenschap, alleen de onderste knoop van zijn katoenen overhemd vastgezet, zijn zwaar behaarde borst dientengevolge grotendeels ontbloot, broekspijpen enigszins omhooggekruld en met een eeuwige, flauwe glimlach om de mond: zo ongeveer moet Mehrilal er uit hebben gezien.

Hij was een van de vele markante types die je in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw kon tegenkomen in de straten van Nieuw Nickerie. Types als de legendarische Baulie die immer met een jutezak op zijn rug door de straten van Nickerie dwaalde en struinde. Daarin verzamelde hij de giften die hij hier en daar kreeg toegestopt of de spullen en goederen die hij zich toeeigende. Baulie was, ofschoon geestelijk enigszins uit balans geraakt door de tegenspoeden des levens, op zijn manier een geweldige woordkunstenaar. Het verhaal luidt dat toen hij eens weer midden op de weg liep, hij door enkele plaagzieke Creolen ruw werd bevolen om toch aan de zijkant van de straat te lopen: "Baulie, fa yé waka so, waka na sé-sé" (Baulie, hoe loop je zo, loop aan de zijkant) werd hem toegeroepen. Hierop haalde Baulie trefzeker uit met de beroemde, nu nog naklinkende uitspraak : "Ai, a bun, dalijk m'e go waka na yu m'a mindri sé" (Ja, 't is goed, zo meteen ga ik in het midden van je moeder lopen).  Een andere keer zou hij getracht hebben de districts-commissaris een poets te gebakken door kippen uit diens eigen hok aan hem te willen slijten. Helaas voor hem viel hij snel door de mand.

Terug naar Mehrilal. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden aan de kokospalm. Hij was de onbetwiste kampioenklimmer van de kokospalm, een van de mooiste sieraden door de natuur aan dit district geschonken. De kokospalm is in Nickerie  op zijn mooist in de middaguren wanneer de frisse zeewindwind door haar bladeren suist en haar stam heen en weer beweegt. Vaak kon je Mehrilal dan hoog in de lucht zien meedeinen met de bewegingen van de stam.

Tegen een vergoeding van één cent per geplukte vrucht beklom Mehrilal in een mum van tijd de hoogste kokospalm. Hulpmiddel daarbij was een aan de beide uiteinden gebonden stukje touw van kokosvezels dat hij om zijn enkels deed. Dat verleende hem houvast om met snelle, korte bewegingen met armen en benen de kruin te bereiken vanwaar hij de ene na de andere rijpe of jonge vrucht naar beneden deed vallen. Zo verdiende hij de kost voor zijn omvangrijk gezin. Hoe hard het ook waaide of regende en hoe glad ook de stam, Mehrilal was tegen betaling altijd bereid tot een klim. Menigeen heeft zich vaak afgevraagd hoe hij dat voor elkaar kon krijgen. Ondanks zijn fragiel voorkomen en eeuwige dronkenschap moet hij behendig, lenig en sterk zijn geweest, bestand tegen een stootje, anders had hij dit afmattende werk niet lang vol kunnen houden.

Het begrip ongevallenverzekering was in die tijd nauwelijks bekend. Toch nam Mehrilal dag in dag uit het risico van de hoogste klim. Het is wel eens mis gegaan naar ik onlangs vernam van de taalkundige Moti Marhé die, zelf afkomstig uit Paramaribo en Parapasi, deels zijn jeugd in Nieuw Nickerie heeft doorgebracht. Na schooltijd moest hij met zijn broers en vriendjes geiten hoeden op en in de buurt van de begraafplaats aan de Achterstraat. Gedurende deze bezigheid zag hij eens hoe Mehrilal, tijdens weer zo'n een klim, misgreep, zijn evenwicht verloor en naar beneden suisde. Dat gebeurde op het erf van de weinig spraakzame Orie senior, beter bekend als douanier Jhabbal, de schrik van de vele smokkelaars in Nickerie. Mehrilal viel met een harde knal op het kippenhok, de murgi-ke-darba van Jhabbal. Dit bouwseltje gaf mee waardoor zijn val werd geabsorbeerd en hij, waarschijnlijk ook geholpen door zijn vedergewicht, er met een paar schrammetjes van af kwam, klaar om, na het stof en het vuil snel van zich te hebben afgeklopt, een nieuwe poging te wagen. Hij gaf zijn struggle for live niet zo maar op.

Het moet voor Mehrilal niet makkelijk zijn geweest om op deze manier zijn gezin behoorlijk te onderhouden. Toch schijnt hij een zeer gastvrij en beminnelijk mens te zijn geweest voor zijn  gasten. Die kwamen dan ook graag bij hem over de vloer, zelfs uit het verre Paramaribo.

Hij was een arm en eenvoudig mens, maar op zijn manier hield hij de Hindoestaanse traditie in ere om een gast vriendelijk en gul te onthalen, hem of haar als een god te behandelen.

Ook vanwege deze hoffelijke eigenschap was het de moeite waard om dit epistel te wijden aan Mehrilal, die wij postuum ook zouden kunnen aanduiden als de koning van de kokospalm.

Met dank aan Moti Marhé, P. Girjasing  en Gaytri Pahladsing

Terug naar 'Herinneringen'

Copyright © 2003 - 2008 . All rights reserved.

Designed & hosted by Galactica's Graphics